Menu Sluiten

Middenin mijn zomervakantie

Mijn nieuw ingerichte lockdown-leven begint zo stilletjes aan een gewoonte te worden. Gelukkig ben ik het gewoon dat mijn leven de ene vreemde wending na de andere aanneemt, of dat ik die neem, beter gezegd, het blijft loslaten. Structuur loslaten. En structuur vinden.

Ik mis het om te pas en te onpas binnen te springen bij mijn ouders en andere vrienden, de helft van de tijd onaangekondigd, zonder schuldgevoel. Ik mis het om een koffietas te delen met mijn huisgenoten. Hoe vanzelfsprekend het voelt om allemaal uit dezelfde tas te drinken, zoveel denkwerk gaat er nu aan vooraf. Denkstof, ik krijg het binnen bij iedere nieuwszending of bericht over de corona in ons land. Cijfers checken behoort bijna tot een dagelijkse bezigheid.

Ik voel me nu soms middenin de zomervakantie beland. Mijn koffie zetten én uitdrinken ’s ochtends doe ik nu in twintig minuten en in de zon, terwijl dat ‘vroeger’ twee minuten in beslag nam. Tussen de twee minuten dat ik mijn cursus nog eens opensloeg en de twee minuten dat ik mijn schoenen doorheen het huis zocht. ‘Vroeger’, als in, tot tien dagen geleden. Mijn kamer heeft een lenteschoonmaak gekregen. Mijn vrienden en ik maken plannen, praten, en zien elkaar de hele dag door. De pauzeknop in mijn leven is ingedrukt. Hoe groot de chaos in mijn hoofd soms ook is. Examenstress die blijft, geen zicht op heel veel zaken, en de constante zorg om de kans dat iemand in mijn omgeving ziek wordt, ik moet er niet aan denken. Ik moet vooral niet teveel aan alles denken. Hoewel we dat laatste met z’n allen moreel gezien wel een beetje verschuldigd zijn, denk ik?

Ik haalde vorige week nog koffiekoeken voor mijn huisgenoten. Het was zaterdag, ik ben gemiddeld vier uur eerder wakker dan iedereen hier in huis en was al een paar dagen niet de leukste huisgenoot geweest. Die verplaatsing kon dus wel als essentieel doorgaan, had ik mooi bedacht. De straat was leeg en vreemd. Ik heb nog nooit zoveel bochten gelopen. Ik ontwijk iedereen, iedereen ontwijkt mij. Waar ik al snel de neiging heb om mensen voor te laten, om iets op te rapen voor een oudere man, blijven we nu allemaal individueel in de rij staan. Ik zou een slechte gevangene zijn, zei mama vorige week nog. Ik denk er al de hele tijd over na. Ik ook, besef ik nu. Mijn ongedeerde tien-minuutdurende uitjes om koffiekoeken zijn mij heilig.

Mijn zus haar verjaardag zal via face time gevierd worden. Opeens besef ik hoeveel mensen ik tot aan mijn eigen verjaardag niet meer zal zien. Er schieten mij een aantal mensen als eerste te binnen. Daarna nog een paar. Daarna nog een paar. Met elk van hen bedenk ik iets wat we samen nogal vaak doen. Ik weet opeens ook wie ik zou bellen, moest ik effectief in de gevangenis zitten.

Over drie dagen had ik een marathon kunnen lopen. Over zes dagen had ik in het vliegtuig kunnen zitten. Over zes weken had ik door de gangen van het ziekenhuis gelopen. Het gaat allemaal niet gebeuren. Zoiets doe je namelijk niet, in het midden van de zomervakantie.

Ik denk aan alle kindjes die van huis uit les moeten volgen, en niet zo goed snappen waarom die zomervakantie nu al begint. Aan alle kindjes die überhaupt geen Nederlands spreken, en voor wie thuisonderwijs al helemaal niet aan de orde is. Aan iedereen die alleen woont. Aan studenten die geen sociaal contact meer hebben. Aan zorgverleners die keihard werken op dit moment. Aan mensen in rusthuizen, die even geen bezoek mogen ontvangen. Aan jongeren in instellingen, wiens genezingsproces op de proef wordt gesteld. Ik denk aan jullie. X En de dankbaarheid om het leven dat ik leid, groeit met de dag.

Liefs,

Stien

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.